” alt=”” width=”419″ height=”215″ />De coalitie in mijn Amsterdamse gemeenteraad denkt na over de mobiliteit van de toekomst in Amsterdam. Een uitdagend vraagstuk. Op drukke dagen zijn er naast alle Amsterdammers ook nog eens zo’n 250.000 bezoekers en 300.000 forensen uit de regio.
Die bezoekers en werknemers zijn de economische motor van Amsterdam. Ze zorgen ervoor dat wij het allemaal goed hebben. Amsterdam is een magneet.
De mobiliteit blijft groeien. Binnen tien jaar zijn er mogelijk 400.000 forensen die elke werkdag weer naar Amsterdam komen. Rekenmodellen voorspellen dat we groeien van een miljoen naar anderhalf miljoen autobewegingen in de stad. Daarvoor is natuurlijk helemaal geen ruimte. Terecht kijkt de gemeenteraad naar het autoluw maken van Amsterdam. Ook andere grote gemeenten hebben de oorlog verklaard aan de auto in de stad.
Klinkt allemaal logisch. Maar, de aanpak van mobiliteit lijkt toch vooral eerst gericht op de eigen overmobiele bewoners zelf met de focus op fietsen, autoluwe (nieuwe woonwijken) en steeds minder parkeerplekken, maar wel hogere tarieven, voor bezoekers. Het beleid is alles behalve inclusief.
Mag je hier straks alleen nog komen werken, als je zwetend op een Speed Pedelec of puffend in een overvolle NS-trein of bus naar Amsterdam komt? Als je het waagt in het weekend hier een boodschap te doen of uit te gaan in het centrum dan betaal je de hoofdprijs voor parkeren. De Amsterdamse liefde voor de mensen uit de regio die hier werken is niet onvoorwaardelijk. Is het mobiliteitsapartheid?
