Enno Osinga over innovaties op Schiphol: ‘We moeten voorop blijven lopen’

Door Annelies van Stijn (Transport & Logistiek) – Schiphol is na Frankfurt en Parijs de grootste Europese vrachtluchthaven. Ondanks de geografisch minder gunstige ligging ten opzichte van de markten in Oost- en Zuid-Europa, groeit Schiphol het snelst. De Schiphol-directie over het hoe en waarom.

 

Met uitzicht op taxiënde vliegtuigen en de A4 kun je je geen toepasselijkere locatie bedenken voor je kantoor als senior vice president cargo van Schiphol Amsterdam Airport. Enno Osinga (65) geniet zichtbaar van deze plek voor de paar maanden die hem hier nog resten voordat hij met pensioen gaat. Helemaal stoppen met werken, doet hij echter niet. ‘Oh nee. Ik heb nog veel te veel energie om thuis te zitten’, zegt hij lachend. ‘Ik heb nog een paar activiteiten bij luchtvrachtorganisaties die ik voorlopig wil aanhouden. Veel te leuk allemaal om nu al mee te stoppen.’

 

Groei

Enthousiast en gedreven begint Osinga te vertellen dat Schiphol inmiddels de derde grootste vrachtluchthaven van Europa is. ‘Gezien de grootte van Nederland in vergelijking met Duitsland en Frankrijk, waar de luchthavens nummer 1 Frankfurt en nummer 2 Parijs liggen, is dat een hele prestatie. Zeker ook omdat Schiphol geografisch gezien minder gunstig ligt ten opzichte van de grote markten in Oost- en Zuid-Europa. En dan toch erin slagen om het hardst te groeien, vorig jaar nog met maar liefst 7 procent ten opzichte van 2013. De andere luchthavens bleven steken op 2 procent.’ Die groei is volgens Osinga vooral te danken aan Chinese luchtvaartmaatschappijen die kozen voor Schiphol. ‘Aangezien de Chinese economie de afgelopen jaren enorm in de lift zat, hebben we daarvan kunnen profteren. Dit jaar zal de groei van Schiphol wat minder groot zijn, omdat de economische groei van China iets terugvalt.’

 

Professioneel

Over de vraag waaraan het succes van Schiphol te danken is, hoeft Osinga niet lang na te denken. ‘Daar zijn meerdere redenen voor. Allereerst natuurlijk ons uitstekende achterlandnetwerk. De infrastructuur richting Duitsland, Oost-Europa, maar ook richting Zuid-Europa is perfect op orde. Daarnaast heeft Nederland in vergelijking met veel andere landen het meest professionele potentieel aan transport-en logistieke bedrijven. We vergeten dat wel eens in al onze bescheidenheid, maar we torenen wat dat betreft ver boven de meeste Europese landen uit.’ Het is volgens hem ook niet voor niets dat zelfs Oost-Europeanen, voor wie Frankfurt als luchthaven dichterbij ligt, toch kiezen voor Schiphol. Als tweede reden noemt hij het gunstige vestigingsklimaat van Nederland. ‘Samen met Nederland Distributieland en de Rotterdamse haven promoten we Nederland en slagen we erin Aziatische en Amerikaanse verladers te overtuigen om hier hun distributiecentra te plaatsen. Het Platform Buitenlandpromotie speelt daarbij een heel belangrijke rol.’

 

Topdrukte

Naast genoemde succesfactoren, doet ook het achtkoppige team van Schiphol Cargo er alles aan om de populariteit van de Amsterdamse luchthaven voor vrachtafhandeling verder te doen stijgen. Osinga vertelt: ‘Schiphol Cargo is gespecialiseerd in de vervoersstromen van bloemen en geconditioneerde lading. Vooral rond Valentijnsdag, maar niet te vergeten ook rond de Internationale Vrouwendag op 8 maart, is hier sprake van topdrukte. Aangezien bloemen vanaf Schiphol tot en met Moskou over de weg worden vervoerd, kun je je voorstellen dat het hier op Schiphol afgeladen is met vrachtauto’s. Speciaal daarvoor investeren we in een tijdelijke parkeerruimte voor vrachtauto’s op Schiphol Zuid-Oost. Op die manier maak je je aantrekkelijk.’

 

Smart card

Een andere al bestaande ontwikkeling is de smart card van Air Cargo Nederland (ACN). Daarmee hebben chauffeurs een versnelde toegang tot alle afhandelaren op Schiphol. ‘Ze hoeven zich dan, als ze bij meerdere afhandelaren lading moeten afgeven of ophalen, niet steeds opnieuw aan te melden. Daarmee gaat immers veel kostbare tijd verloren’, stelt Osinga. Die smart card maakt onderdeel uit van het project eLink en bevat alle relevante informatie over de chauffeur, het kenteken van de vrachtauto en de lading. Op het moment dat een lading vooraf aangemeld is, hoeft de chauffeur alleen die smart card maar uit te laten lezen en koppelt het systeem de informatie aan elkaar en krijgt de chauffeur in no time een deur toegewezen waar hij zijn lading kan laden of lossen. ‘Op die manier kunnen de wachttijden enorm worden teruggebracht. Al met al kan dat uren schelen’, aldus Osinga. Hij zegt het jammer te vinden dat sommige vervoerders de kosten voor de kaart als reden aanhalen om er vanaf te zien. ‘Zo’n kaart kost slechts 20 euro per chauffeur. Als je dat afzet tegen de tijdwinst die er wordt geboekt, dan is dat zo terugverdiend.’

 

Benchmark

Osinga verbaast zich erover dat de vrachtluchthavens Frankfurt en Parijs geen apart team hebben dat zich met onder meer innovaties bezighoudt zoals dat wel gebeurt op Schiphol. ‘Dat werpt echt zijn vruchten af.’ Langzaam volgen andere luchthavens wel het voorbeeld van Schiphol. Daar worden nu vrachtmanagers aangesteld. ‘Wij zijn als het ware de benchmark. Dat betekent dat we goed bezig zijn. Tegelijk daagt het ons uit om niet achterover te leunen, maar door te gaan met het ontwikkelen van nieuwe plannen.’ Het team van Osinga denkt bijvoorbeeld na over het opzetten van een zogenoemde milkrun voor het ophalen van vracht die via Schiphol wordt vervoerd vanuit Nordrhein-Westfalen en Noord-Duitsland. Osinga legt uit: ‘Nu zijn het de individuele vervoerders die, vaak met niet volle vrachtauto’s, ervoor zorgen dat die lading naar Amsterdam komt. Met een vrachtauto die dagelijks in die regio lading ophaalt, zouden veel lege kilometers voorkomen kunnen worden. Wij denken nu na over hoe we dat het beste kunnen organiseren en met wie. Wij zijn immers geen wegvervoerder.’

 

Vrachtstation

Osinga kijkt ook naar de verre toekomst, richting de periode 2020-2025. ‘Natuurlijk ga ik dat in mijn werkende leven niet meer meemaken, maar er zijn ideeën om ervoor te zorgen dat de wachttijd op Schiphol nul is voor vervoerders en expediteurs. Je moet dan aan een truckparking in Schiphol Tradepark denken waar alle afhandelaren zijn gevestigd. Alle trailers worden dan door middel van elektrische voertuigen van en naar de afhandelaren gereden. De vervoerder/expediteurs krijgen dan een seintje als hun trailers geladen of gelost zijn en kunnen die dan komen ophalen. Op die manier kun je de wachttijden verminderen en het halen en brengen van de trailers op Schiphol beter inpassen in de schema’s van de rij- en rusttijden.’ Verder vertelt Osinga dat Schiphol samen met de gemeente en provincie nadenkt over de bouw van een vrachtstation langs de HSL bij Hoofddorp. ‘De HSL naar Parijs krijgt

aansluitingen naar Italië en Noord-Spanje. Daarvan moeten we profteren, want het wegvervoer krijgt hoe dan ook te maken met een tekort aan chauffeurs. Bovendien is het spoor in het kader van duurzaamheid een goed alternatief. En dan hebben we het nog niet gehad over de verschillende tolheffngen in de landen op de route naar Italië en Spanje.’

 

Bron: Dit artikel verscheen onlangs in Transport & Logistiek

Geef een antwoord